|
Het verzamelen van één boek:
Dichtertje - De uitvreter - Titaantjes Ecco Staller 
Het verzamelen van één titel van
een schrijver kan net zo boeiend zijn als het bijeenbrengen van het
hele oeuvre. Ecco Staller richt zijn verzamelwoede op het boek waaraan
de auteur Nescio, wiens verzamelde werk in september 1996 verschijn,
zijn roem te danken heeft.
Met het werk van oeuvrebouwers als
Hermans en Reve kan de verzamelaar een kast vullen. Het zal hem veel
geduld en vooral geld kosten, maar het jachtterrein is onmetelijk.
Ik benijd hem.
Ik verzamel maar één boek: Dichtertje-De
uitvreter-Titaantjes. In 1918 verscheen het bij de Haarlemse kunsthandelaar
J.H. de Bois. De oplage bedroeg 500 exemplaren. Het kostte
drie gulden. Jaren geleden zag ik bij een antiquaar in Utrecht, André
Swertz, een mooi exemplaar op zwaar papier voor zestienhonderd
gulden. Ik vond dat een absurd bedrag om aan één boek te besteden.
Het kon niet of je moest een bom duiten hebben. Nu, veel wijzer, zou
ik het direct kopen. Dat het geen juweeltje van boekkunst is, deert
mij niet. Het is een onooglijk boek: te groot, ingenaaid, zonder rugtitel
en slecht gezet. Het enige fraaie is de omslagversiering van de tekenleraar
Reijer Stolk. Hoewel fraai? Nescio kon er niet uit wijs en
op een recensent maakte ze de indruk van 'een teekening, geknipt in
drie reepen, die bij vergissing in verkeerde volgorde weer aan elkaar
zijn geplakt'. Maar het is het aardigste boekje uit onze letterkunde,
tijdloos, niet te vergelijken met 'echt' literaire boeken als De
avonden of Nooit meer slapen.
Je hoeft geen natuurliefhebber te
zijn om de drie novellen te waarderen. De uitvreter die zich tevergeefs
oefent in het versterven en 'op een zomermorgen om halfvijf, toen
de zon prachtig opkwam,' van de Waalbrug stapt, de schilder Bavink
die moet schilderen, maar het tegen die 'Godverdomde dingen'
die geschilderd wilden wezen aflegt, en 't Dichtertje dat mal wordt
van zijn erotisch gedicht zonder eind, -- zij staan voor de ontgoocheling
waarmee iedereen te maken krijgt. Er blijft voor ons, die niet van
de Waalbrug stappen of gek worden, weinig anders over dan te verburgerlijken.
En is er iets burgerlijkers dan verzamelen, het bijzetten van trofeeën
in een kast, je druk maken over leesvouwen en ezelsoren? Zo blijft
de burgerman in mij op zoek naar de eerste druk van Nescio. Een mooi
exemplaar zonder ezelsoren! Ik ben het boek vaak genoeg tegengekomen
voor tussen de vierhonderd en duizend gulden. Maar altijd was er iets
mee. Of het viel van ellende uit elkaar en ontbrak de rug. Of het
omslag was zwaar verbruind en zat vol vlekken. Of de binder had het
flink afgesneden en het omslag niet meegebonden. Nescio werd gelezen,
'goddank zal hier of daar iemand zeggen', wat het er voor de verzamelaar
van een mooi exemplaar niet gemakkelijker op maakt. Voorlopig
troost ik me met de facsimile-uitgave die in 1982 verscheen ter viering
van de honderdste geboortedag van J.H.F. Grönloh, de handelsman
die zich achter het pseudoniem Nescio verschool. 't Lukt niet al te
best.
- NESCIANA
- Ongewild zie ik dat mijn boekenkast zich vult met Nesciana.
Ik bezit de tweede druk uit 1933 met het bandontwerp van P.A.H. Hofman,
de mooiste Nescio-uitgave. Er bestaan drie varianten van: gebonden (in groen
linnen met goudopdruk), halflinnen en ingenaaid. In mijn kast staan een
paar exemplaren naast elkaar. Een tik die je bij meer verzamelaars tegenkomt.
Zij kunnen niet beslissen welke het fraaist is. Als je navelstaart op één
boek krijgt alles kleur en betekenis. Van die halflinnen versie heb ik het
exemplaar van Maarten Vrolijk, kortstondig minister van CRM en langdurig
commissaris van de koningin in Zuid-Holland. Gelet op de datum voorin heeft
hij het op zijn vierentwintigste gekregen, lang voordat hij bij de bonzen
van de PvdA begon te horen. Ik bezit de derde druk uit 1947 mèt het oranje
omslag en de laatste door Nescio geautoriseerde vierde druk uit 1956 waaraan
voor het eerst het bundeltje Mene tekel is toegevoegd. Die vierde
druk heb ik zelfs tweemaal: de pover gebonden handelseditie met blauw omslag
en het in blauw halfleer gebonden exemplaar van Fernand Lodewick. ( Lodewick
schreef een schoolboek Literaire kunst dat meer dan veertig drukken
beleefde. In dat leerboek wordt uit Nescio geciteerd.) Zo'n provenance,
herkomst, geeft het boek een meerwaarde: het krijgt geschiedenis.
-
- Na Grönlohs dood in 1961 volgen de herdrukken elkaar snel
op. De vijfde druk in de Nimmer dralend reeks maakte hij net niet
meer mee. (Nescio: 'Wat akelig, iemand die nooit draalt.') Op de omslagtekening
zien we de uitvreter in het gras liggen, sigaartje in de mond, glas in de
hand, verderop staat Bavink de ondergaande zon te schilderen. Er volgen
nog vijf gekartonneerde uitgaven met omslag. (De 8e, 9e en 10e druk zijn
identiek.) Die boekjes uit de jaren zestig hebben wel wat, zeker vergeleken
met de latere paperbackedities. Toch liet Nijgh & Van Ditmar zich aan
dit meesterwerkje weinig gelegen liggen. Eén keer werd het opnieuw gezet
en de spelling herzien, maar dit gebeurde zo onverantwoord, dat de uitgever
zich gedwongen zag deze 'corrupte' achttiende druk uit de handel te nemen.
- In de jaren tachtig ontfermt neerlandica Lieneke Frerichs
zich over Nescio. Zij zuivert de uitgave van (zet)fouten. Na de tweede
druk met de Hofmanband verschijnt er eindelijk weer een mooie, gebonden
uitgave van De uitvreter-Titaantjes-Dichtertje. Charlotte Mutsaers
maakt de omslagillustratie voor deze vierentwintigste druk uit 1986.
Vanaf nu besteedt de uitgever meer zorg aan deze 'steadyseller'. Zo wordt
de dertigste druk vanwege het omslag van Tessa van der Waals terecht
opgenomen in 'De best verzorgde boeken van 1993'.
- Naast de handelsedities verscheen er in 1970 bij De
Stichting De Roos een bibliofiele uitgave. Het is een gemiste kans.
Wat de mooiste Nescio had kunnen worden, oogt als een kinderbijbel.
Het kan raar gaan met de verzamelaar van één
boek. In plaats van dat perfecte exemplaar van Nescio's eerste druk bezit ik
nu een plank vol met hetzelfde boek, 'aldoor anders en toch gelijk'. Monomaan
heb ik achter dat ene boek aangejaagd. Het wordt tijd dat ik een echte
schrijver ga verzamelen. Geen Reve of Hermans. Die zijn onbetaalbaar. Maar Jeroen
Brouwers spreekt mij als tegengif, 'vernesciood en groot als ik ben in het kleine',
wel aan.
©
Ecco Staller - Gepubliceerd met toelating van de auteur. Voor meer informatie
kunt u best met hem contact opnemen.
Oorspronkelijk opgenomen in Boekenpost [Boekenpost, 5e jaargang, maart/april
1997, pag. 26-27].
Afdrukbare layout
Laat me een boodschap achter
Laatste wijziging aan deze pagina:
17 november 2006
|