|
Heerlijkheid aan de Herengracht
Nescio werkte in pand PCM Uitgevers Roland Bron en Joan Kurpershoek 
In het pand waar PCM Uitgevers
is gevestigd, Herengracht 466 in Amsterdam, woonde in de achttiende
eeuw al een krantenuitgever. Opmerkelijk. Maar bekender was een andere
gebruiker, rond 1900: de schrijver J.H.F. Grönloh (1882-1961), alias
Nescio.
Nescio is bekend
van onder ander de bundels De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje, Mene
Tekel en Boven het dal. In een van zijn werken schrijft hij: ‘Mooie
huizen werden gecementeerd, bomen gerooid, de bocht van de Herengracht
hadden ze nog onlangs opgeknapt, de bomen omgesmeten en de Nederlandse
Handelsmaatschappij in al haar heerlijkheid aan het licht gebracht.’
“Dat gaat over de plek waar PCM nu zit,” zegt Roland Bron, griffier
van de Centrale Ondernemingsraad van PCM Uitgevers. Hij ontdekte in
het boekje Is u Amsterdammer?
Ja, Goddank (uitgeverij Bas Lubberhuizen, 1997) dat Nescio – vanaf
maart 1900 – anderhalf jaar in hetzelfde pand had gewerkt. Hij was toen
in dienst van de Nederlandsche Handelsmaatschappij, een verre voorganger
van de ABN AMRO. Dat was slechts
een van de vele gebruikers van het pand, waaronder ook een uitgeefster:
Louise de Roussilon (weduwe van uitgever Caesar Tronchin Dubreuil),
van de Fransche Amsterdamsche Courant, zij woonde er vanaf 1742 een
aantal jaren.
Nescio schreef
over zijn tijd aan de gracht: ‘Dat was aan een bank waar altijd personeel
over was. Daar zat i niemand in den weg, een enkele ergerde zich af
en toe aan zijn manieren, maar ze lieten ‘m zitten. De directeur zag
‘m nooit. Interesseren deed i zich nergens voor en klokslag vijf stond
i op straat. “Hij was niet zo gemotiveerd,” verklaart Bron.
 |
| Roland Bron voor het pand
Herengracht 466 - foto Bernd Bohm |
Geweldige
invloed
Volgens
hem zijn er nog een paar verbanden tussen PCM en Nescio. “Zijn allereerste
publicatie was in 1911 in het blad De Gids, een uitgave van J.M. Meulenhoff.
In de NRC werd in 1929 via een ingezonden brief zijn echte naam onthuld.
En zijn eerste directeur van de Holland-Bombay-Trading Company – waarvan
hij zelf later directeur zou worden – heette Freese, ook geen onbekende
naam bij PCM.”
“Het belangrijkste
blijft dat Nescio in dat pand werkte. Daardoor is het een historische
plek. Ik vind het een plaquette waard, ergens aan de gevel: ‘Nescio
werkte hier van 1900 – 1902’. Dat straalt af op PCM Uitgevers: ‘Wij
zijn de uitgever die op dezelfde plek gevestigd is als waar Nescio ooit
werkte’.”. Want het is één van de opmerkelijkste Nederlandse schrijvers,
vindt Bron. “Hoewel zijn oeuvre heel klein is, had en heeft hij een
geweldige literaire invloed.”
“Regelmatig
verschijnen er studies over hem of
zijn werk en vorig jaar is eindelijk het Verzameld Werk uitgekomen,
met onder andere zijn Natuurdagboek. Daarin legde hij zijn tochten in
de omgeving van Amsterdam minutieus vast. Dat past ook goed bij het
boekenweekthema van 1998 – Panorama Nederland: Nescio’s werk is één
groot panorama van Nederland.”
Zou
hij zich thuis gevoeld hebben bij PCM?
“Hij hield niet
van Rotterdammers, ergens schreef hij: ‘Dora was een ongehuwde moeder.
Zij is op kantoor in Rotterdam, haar baas kent haar geschiedenis en
veracht haar niet, integendeel. Wat iets heel bizonders is voor een
Rotterdammer. En ik denk dat om dezen éénen man deze wanstaltige stad
mogelijk nog gespaard zal blijven op den grooten dag. Wat weer een nadeel
is’.”
 |
| Herengracht 466 voor de verbouwing
in 1904 - foto Gemeentearchief Amsterdam |
Hooge heeren
“Als schrijver
zou hij op zijn plaats geweest zijn bij PCM. Hij wilde een groot lezerspubliek.
De oplage van zijn debuut was echter maar vijfhonderd exemplaren, die
niet snel verkochten. Zijn uitgever zei daarover: ‘Als U de menigte
bereiken wilt, is het feuilleton in de N.R.C. de aangewezen weg’. Mijn
droom is het om ooit één van die vijfhonderd exemplaren te bezitten.”
“Overigens denk
ik dat hij bij PCM toch een gewoon kantoorbaantje zou hebben gehad,
bijvoorbeeld als griffier. Kon hij zich druk maken over de ‘hooge heeren’
in het bedrijf: ‘Daar liepen ook weer diezelfde nette heeren, wier haar
altijd even netjes zit, die nooit een kreukel in hun jas of een spatje
modder op hun schoenen hebben. En ze zagen eruit alsof ze ’t nog altijd
enorm goed wisten’.”
En
zou de huidige griffier wellicht een Nescio geweest kunnen zijn?
“Dat
niet, al zou ik me wel kunnen identificeren met een van zijn hoofdpersonen.
De COR zie ik dan als de Titaantjes: hemelbestormers vol idealen, die
de wereld willen veranderen maar daar niet altijd in slagen. Wie de
uitvreter is, mag iedereen voor zichzelf bepalen, maar ik ben natuurlijk
het dichtertje: ‘Kijk, daar gaat het dichtertje. Toch wel een knap,
jong ventje, zo slank, zoo’n aardig glad geschoren jongensgezicht…’
- ©
Roland Bron en Joan Kurpershoek - Gepubliceerd met toelating van de
auteur.
- Oorspronkelijk opgenomen in
Enter, een uitgave voor medewerkers van PCM Uitgevers.
Jaargang 2, nummer 2, 25 april 1998, pagina 12.
Afdrukbare layout
Laat me een boodschap achter
Laatste wijziging aan deze pagina:
17 november 2006
|