|
Voorwoord
"Vaak heeft men mij natuurlijk in den loop der jaren gevraagd: 'waarom ik nooit meer eens wat
schrijf.' Ik geloof dat er geen eigenlijk 'waarom' is en ik vrees dat ik 't aan de critici zal moeten overlaten, uit te zoeken wat er de oorzaak van is, indien er dan
geen reden is. Zij kennen mij zooveel beter, gelukkig, dan ik mij zelf ken." (p.155)
Zoals dit citaat uit de inleiding bij Boven
het dal duidelijk maakt, heeft schrijven over Nescio iets ronduit gênants. Moet men het echt zo uitvoerig gaan hebben over net die auteur, die zich in zo weinig
en zo heldere woorden afdoende meende te hebben uitgesproken? Moet men precies datgene gaan doen, waarvoor hij zelf zo vaak zijn afkeer heeft laten merken: verklaren?
"Jelui kerels zijn zoo akelig wijs: alles moet een reden en een doel hebben." (p.31), meent Japi in De uitvreter, het personage waarmee
Nescio zo overtuigend de uiteindelijke zinloosheid van ieder menselijk streven blootlegt. Wie de literatuur gaat behandelen van een schrijver die zichzelf 'Nescio'
noemt, Latijn voor 'ik-weet-niet', voelt zich gauw een betweter.
Mogelijk schuilt hierin een reden (alweer een reden!) voor het feit dat er tot op vandaag relatief weinig secundaire literatuur over Nescio is verschenen. Toch
is dit compacte oeuvre enige aandacht meer dan waard, wat bovendien alleen maar kan bijdragen tot wat de schrijver zelf zo graag wilde: "dat
al dit teere, dat ik zelf zou leven zoolang als men Hollandsch kan lezen, zoo'n eenvoudig mannetje als ik ben" (155-156). De recente publicatie van zijn
verzameld werk vormt een geschikte aanleiding om er nog eens een allesoverschouwende blik op te werpen.
Het grootste deel van wat er over Nescio werd geschreven neemt de vorm aan van kortere artikels, die zich vaak beperken tot afzonderlijke verhalen of aspecten,
of tot vrij algemene beschouwingen. Daarom lijkt een integrale behandeling van het oeuvre, zoals ik die met deze verhandeling hoop aan te bieden, niet overbodig. Met
'integraal' bedoel ik echter niet dat ieder stukje proza dat uit Nescio's pen gevloeid is de revue passeert, noch heb ik de pretentie hier het laatste woord te
spreken. Wat ik beoog is een studie die het oeuvre als gehéél bekijkt, onderlinge verbanden tussen de verhalen legt, ontwikkelingslijnen opspoort, en tussendoor ook
oog heeft voor verschillende standpunten uit de secundaire literatuur. Vertrekkend van een blik op de receptiegeschiedenis laat ik mij leiden door een aantal vragen
die deze kan oproepen. Van waar de late en langzaam groeiende erkenning? Waarom heeft men zo'n moeite Nescio's werk literair-historisch ergens te plaatsen? En wat
riskanter: zou men de literatuur van Nescio modernistisch kunnen noemen? Nadat verschillende aspecten, zowel van inhoudelijke als vormelijke aard, van naderbij worden
bekeken, waarbij ook relaties worden gelegd met het nooit eerder gepubliceerde Natuurdagboek, kom ik tot enkele concluderende beschouwingen naar aanleiding van
de vraag waarom Nescio er niet in slaagde de roman te schrijven waaraan hij zo vaak begon.
Veel van wat er in de loop der jaren over Nescio werd geschreven bezit een uitgesproken subjectief tot zelfs emotief karakter. Zoiets heb ik proberen te
vermijden, maar toch lijkt een al te technische benadering van Nescio's literatuur, die immers voor een groot deel van gevoelens en stemmingen leeft, mij niet ideaal.
Daarom heb ik mij niet altijd even strict aan het verhaalanalytisch instrumentarium gehouden.
Voor de goede voltooiing van deze studie ben ik aan enkele mensen mijn dank verschuldigd. Allereerst aan mijn promotor Prof. Dr. H. Brems, voor zijn
aanmoedigingen en goede raad. Verder dank ik mijn vader, die mij op het idee bracht Nescio's literatuur in het licht van het modernisme te bekijken. Stijn Alsteens
hielp mij bij het verzamelen van secundaire literatuur, Marijke Deryckere en Andries Deknopper zorgden ervoor dat er een computer tot mijn beschikking stond.
Tot slot kunnen hier nog een tweetal praktische richtlijnen
worden gegeven. Wanneer ik in deze verhandeling uit Nescio's werk
citeer, verwijzen de paginanummers naar de uit 1996 daterende uitgave
van het verzameld werk. Vrij veel artikels die worden aangehaald,
vond ik in de verzamelbundel Over Nescio. Hun volledige beschrijving
staat in de voetnoten, zij werden niet meer apart opgesomd in de
bibliografie.
|