Mijn gedachten zijn een zee

Anke Van den Bremt

 

Verhalen en fragmenten : Inhoud: Personages: Voorstelling van enkele belangrijke personages: Bekker

   
   

Bekker

              De figuur Bekker duikt het eerst op in Titaantjes, waar hij samen met Koekebakker en Bavink de kern van de vriendenkring uitmaakt. Net als Koekebakker verdient hij zijn geld op kantoor maar droomt van een ander soort leven. Hij heeft het plan opgevat "dat-i mettertijd op de hei zou gaan wonen en daar een brokje land bewerken, dan hoefde-i niet meer naar kantoor." (p.46). Ook heeft hij de ambitie "Dante (te) vertalen, zooals nog nooit iemand 't gedaan had." (p.57). Op het 'hok' van Kees leest hij op indrukwekkende wijze voor uit Dante, de Prediker, het Hooglied, en kent het boek Job helemaal uit zijn hoofd.

            Het vierde hoofdstuk van het verhaal is gewijd aan Bekkers verliefdheid op een onbekend schoolmeisje van een jaar of zeventien, dat hij voorzichtig bewondert vanop afstand.  Na de zomervakantie komt ze niet meer terug, zodat Bekkers liefde niet meer oplevert dan een stel gedichten.

            Bekker heeft al snel door dat de toekomst heel wat anders met hem voor heeft dan datgene waarop hij hoopt. Op tijd en stond heeft hij het nog over de hei ("Daar wilde-n-i stilletjes wonen en maar afwachten wat God met 'm voorhad. DOEN kon je niks. (...) En ik vroeg Bekker waar-i van leven wilde. (...) Maar hij maakte zich daarover geen zorg. Hij had niks noodig." (p.53), maar op den duur is hij er zich van bewust dat hij zichzelf bedriegt met dit plan. Als hij door zijn grote talenkennis een betrekking krijgt in Duitsland als correspondent op een fabriek, heeft hij "een theorie, dat-i zou sparen en terugkomen en op de hei gaan wonen.  Maar hij geloofde er zelf niet aan in zijn hart." (p.54).

            Uiteindelijk wordt Bekker als één van de eersten aangetast door het gehate verburgerlijkingsproces. Wanneer in Mene tekel gelachen wordt met een heertje dat Bavink is komen interviewen, blijft hij "een beetje droevig, wanti droeg zelf soms een gekleeden jas en had onlangs met hoogen hoed en witte das een klant helpen begraven en had op 't kerkhof bijna enkele woorden gesproken..." (p.122). In Titaantjes zien we hem terechtkomen in de 'Agentuur en Commissiehandel'. Toch is hij vanbinnen niet veel veranderd.  Onder invloed van Koekebakkers bezoek na elkaar zes jaar niet te hebben gezien, nemen zijn jeugddromen weer de bovenhand. Al is hij druk in de weer met een klant uit Bordeaux, Koekebakker ziet in zijn ogen dat ook Bekker "plotseling weer die koe hoorde loeien, die tien jaar geleden geloeid had in de schemering." (p.66). Bij het weggaan citeert hij Dante.

            Wat verder lezen we dat het slecht afloopt met Bekkers carrière in de zakenwereld: de 'Agentuur en Commissiehandel' gaat failliet. "En iemand die Dante vertaald heeft en gedichtjes gemaakt, al zijn 't er maar dertien, die moet geen agent van binnen- en buitenlandse  huizen worden." (p.68). Hij eindigt opnieuw op een kantoortje, waar hij een niet ontevreden leven leidt zonder grootse plannen of verwachtingen: "Hij heeft een goeie baas, die hem respecteert, omdat hij Dante vertaald heeft. Op mooie dagen stuurt-i Bekker 's middags weg, dan mag-i een beetje in 't zonnetje wandelen." (p.68).

   
     
   

Inhoudstafel

   

Terug naar vorige pagina...

   

Volgende pagina