Mijn gedachten zijn een zee

Anke Van den Bremt

 

Ironie: Conclusie

   
   

Conclusie

             De ironie die Nescio hanteert blijkt dus voor een groot deel tegen hem zelf te zijn gericht. Zijn sociaal-geëngageerde periode, zijn kunstenaarschap, het burgerbestaan waaraan hij moet toegeven..., al deze aspecten van zijn leven aanschouwt hij - via fictieve verhalen doorspekt met autobiografische gegevens - met een subtiele spot. Hij bedient zich van een dergelijke zelfironie om de eigen tragische gespletenheid te relativeren en tot een zekere evenwichtigheid te komen, ook al heeft hij niet bereikt wat hij had gehoopt.

            In hoofdstuk één werd vermeld hoe ironie vaak kenmerkend wordt genoemd voor de literatuur van het modernisme. In de moderne wereld, waar absolute waarden en dogmatische zekerheden de baan hebben geruimd voor scepticisme en twijfel, wensen veel schrijvers geen eenduidige waarheid meer te presenteren, maar eerder de betrekkelijkheid van alles te onderstrepen. Ironie is daartoe een geschikt middel. Met zijn voortdurende relativisme en onzekerheid hoort Nescio thuis in zo'n modernistische literatuuropvatting, al moeten we de verbanden met zijn karakter en persoonlijke levensloop evenzeer in acht nemen.

   
     
   

Inhoudstafel

   

Terug naar vorige pagina...

   

Volgende pagina