Mijn gedachten zijn een zee

Anke Van den Bremt

 

Slotvraag: Waarom schreef Nescio zijn roman niet?: Verband met de thematiek

   
   

4.4.  Verband met de thematiek

           W. De Moor, die Nescio in verband brengt met Terborgh, Van Oudshoorn en Alberts, verklaart het kleine oeuvre van deze schrijvers als volgt: "hun thematiek blijft steeds dezelfde en de uitwerking vraagt niet zoveel ruimte, omdat zij hun heil nooit zoeken in breed uitgesponnen maatschappelijke toestanden, maar alleen voor eigen rekening werken." [1]  Inderdaad draait veel van Nescio's literatuur rond dezelfde kern van motieven, anekdotes en ideen. Zelfs zijn personages hebben veel met elkaar gemeen. Willem Frederik Hermans ziet hierin een reden om de publicatie van Nescio's nagelaten werk een "heel nare fout" te noemen, want het zou "n jammerklacht om zijn eigen onmacht om iets nieuws te verzinnen" [2] zijn.

           Nescio geeft zelf toe dat hij in herhalingen valt. Dat lijkt mij echter beslist geen reden om hem een gebrek aan inspiratie of bevlogenheid te verwijten. Hij heeft het wel vaak over hetzelfde, maar daar staat tegenover dat ieder woord regelrecht uit zijn hart komt, of, zoals hij het zelf zegt, uit zijn "lijfelijke zelf". "En je kan d'r niks meer uitkrijgen, als 't niet van binnenuit komt." [3] Iets verzinnen dat geheel buiten zijn eigen ervaring staat, doet hij niet.[4]  En Nescio heeft nu eenmaal een erg sober bestaan geleid. Maar net zo rijk aan diepe gevoelens en impressies als dit eenvoudige leven is geweest, net zo diep gaat de thematiek van het in omvang zo kleine oeuvre. 

           W. F. Hermans schijnt zich blind te staren op wat terugkeert in Nescio's werk, en ziet over het hoofd hoe de verschillende verhalen en fragmenten elkaar aanvullen en verrijken. Nescio's thematiek is gebaseerd op tegenstellingen: de botsing tussen vroeger en later, droom en daad, kunstenaar en zakenman, natuurbeleving en burgerleven, vergankelijkheid en eeuwigheid, ... Conflicten die Nescio's eigen leven beheersen, en waarvoor hij al schrijvend een oplossing probeert te vinden. Het is die zoektocht die we kunnen meevolgen in de opeenvolgende verhalen. Het moeizame karakter ervan vinden we weerspiegeld in de fragmentarische vorm die Nescio's proza zo vaak aanneemt. Toch kunnen we over de verbrokkeling heen een samenhangend geheel ontwaren. J. De Meester merkt meteen al in 1918 op dat de tot dan toe gepubliceerde verhalen "een eenheid vormen, welke eenheid Nescio heet". [5] Het niet weten, het voortdurende zoeken en blijven twijfelen maakt inderdaad de kern uit van dit oeuvre, dat omdat het altijd rond dezelfde vragen draait, veel meer een eenheid vormt dan bij de meeste andere auteurs. C. Bittremieux merkt in 1961 op over de bundel Boven het dal: "Als men dit zo amechtig uitziende boek aandachtiger gaat bekijken, dan onthult zich langzamerhand een onverbrekelijke, organische eenheid, waarin elke regel, over het fragmentaire heen, als het ware door een lyrisch principe met de andere en met Nescio's eerste bundel verbonden is." [6] Nescio's recent verschenen nagelaten werk vult deze eenheid nog verder aan: het zijn allemaal delen van n en dezelfde 'onvoltooide kathedraal'. Zodat met C. J. E. Dinaux kan worden beweerd: "Nescio is de roman, de 'dikke roman' die hij nooit zou schrijven en tch schreef, in fragmenten die niet fragmentarisch, maar in zichzelf volledig, in zichzelf Nescio en dus uniek zijn (...)." [7]

   

[1] W. D. M. (W. De Moor), 'Terborg, Van Oudshoorn, Nescio en Alberts'.  In : De Tijd, 18-9-1971.  Ook in : Over Nescio, p.114.

[2] 'Hans Sleutelaar en Piet Calis H. P.-gesprek met dr. Willem Frederik Hermans.'  In : J. A. Janssen (samenstelling), Scheppend nihilisme, p.45.

[3] Zie noot 123.

[4] Zie ook Nescio's erg neerslachtige woorden uit Waarschuwing, zijn laatste stukje proza : "Ze sporen me nog wel aan weer iets te schrijven.  Maar ik heb nooit 'talent' gehad.  Ik schreef zoo maar, zonder er iets bij te denken.  'Verzinnen' kon ik nooit wat." (p.617).

[5] J. D. M. (J. De Meester), 'Nescio.  Dichtertje, De Uitvreter, Titaantjes.  Haarlem, J. H. de Bois'.  In : De Gids, jrg.82 (1918), deel I, boek 2, juni.  Ook in : Over Nescio, p.18.

[6] C. Bittremieux, 'Nescio'.  In : Dietsche Warande en Belfort, jrg.106 (1961), nr.8, augustus.  Ook in : Over Nescio, p.80.

[7] C. J. E. Dinaux, 'Nescio'.  In : C. J. E. Dinaux, Herzien bestek. Amsterdam, Contact, 1974.  Ook in : Over Nescio, p.69.

     
   

Inhoudstafel

   

Terug naar vorige pagina...

   

Volgende pagina