|
Algemene inleiding.
- In deze verhandeling tracht ik een beeld te schetsen van hoe de schrijver Nescio in het
onderwijs benaderd wordt.
- Daartoe is een studie van de schrijver zelf uiteraard onontbeerlijk, omdat het anders
niet mogelijk is om een enigszins gefundeerde kritiek op de didactische aanbreng van zijn
oeuvre uit te spreken.
- In een eerste deel zal ik me dan ook bezighouden met de studie van Nescio's leven en
werk. Na een grondige biografische studie van deze schrijver (het belang daarvan zal
verderop duidelijk worden) volgt een bespreking van zijn oeuvre en wat daarmee samenhangt
: de literair-historische situering, de ontstaansgeschiedenis en de
waarderingsgeschiedenis.
- Bij dit laatste punt worden Nederland en Vlaanderen afzonderlijk behandeld.
- De waarderingsgeschiedenis in Nederland is onmisbaar voor een degelijk begrip van
Nescio's oeuvre en de huidige stand van zaken in verband net de Nescio-studie. De
waarderingsgeschiedenis in Vlaanderen daarentegen is vooral belangrijk in functie van het
tweede deel van deze verhandeling. Daar wordt immers onderzocht op welke manier de
Nederlandse schrijver Nescio op de Vlaamse middelbare scholen besproken wordt (dit deel kunt u niet terugvinden op deze website omwille van de te
beperkte relevantie. B.R.).
- Concreet houdt dat in dat er vijf handboeken die in Vlaanderen voor het middelbaar
onderwijs gebruikt worden, onder een kritische loep worden genomen en geëvalueerd worden
op de wijze waarop zij de leerlingen met Nescio's werk laten kennismaken.
- De vraag dringt zich waarschijnlijk op waarom iemand juist de schrijver Nescio als
studieobject uitkiest in verband met een handboekenonderzoek.
- De eerste reden hiervoor ligt vanzelfsprekend in mijn persoonlijke bewondering voor deze
auteur, wiens oeuvre mij in hoge mate aanspreekt.
- Ten tweede is er mijn interesse voor de didactiek van het Nederlands in het algemeen en
het literatuuronderwijs in het bijzonder, dat, als middel bij uitstek tot de
persoonlijkheidsvorming en ontwikkeling van het gevoelsleven van de leerlingen, toch een
zeer belangrijk onderdeel van de lessen Nederlands moet uitmaken.
- Ook ter verruiming van de geestelijke horizon en de levensbeschouwelijke ingesteldheid
van de leerlingen is het literatuuronderwijs van niet te onderschatten belang.
- Een derde reden, die dan vooral verklaart waarom ik de beide studieobjecten - Nescio en
het (literatuur)onderwijs - gecombineerd heb, is mijn persoonlijke indruk dat Nescio in
het onderwijs schromelijk verwaarloosd wordt.
- Dat lijkt me erg onterecht, aangezien er toch heel wat interessante doelstellingen door
middel van de lectuur van Nescio's verhalen te verwezenlijken zijn, zoals ik nog hoop
duidelijk te maken in deze verhandeling.
- Bovendien is Nescio mijns inziens een uitermate geschikt lesonderwerp omdat zijn
verhalen de "doelgroep" van de hogere cyclus, namelijk 16-18 jarigen,
ongetwijfeld sterk zullen aanspreken. Al hun idealen, verwachtingen, ontgoochelingen,
angsten, levensopvattingen, verontwaardiging, enz. komen in Nescio's oeuvre op eenvoudige
maar aangrijpende en herkenbare wijze aan bod.
- Men zou dan ook verwachten dat deze schrijver, die door kenners bovendien vaak als één
van de grootste Nederlandse auteurs wordt genoemd, maar anderzijds bij de gemiddelde lezer
nagenoeg onbekend is, door de samenstellers van handboeken voor het vak Nederlands als een
dankbaar lesonderwerp wordt beschouwd.
- In hoeverre men in die verwachting bedrogen uitkomt, zal in deel II behandeld worden,
maar hier kan alvast gezegd worden dat de manier waarop Nescio in deze tijd benaderd wordt
weliswaar niet meer even stiefmoederlijk is als in het verleden, maar toch nog lang niet
in verhouding is met de kwaliteit van zijn oeuvre.
(Onder meer) dat zal in de nu volgende verhandeling hopelijk overtuigend aangetoond
worden. De in de tekst aangeduide voetnoten zijn achter ieder hoofdstuk terug te vinden. (Dit heb ik aangepast en nu zijn de voetnoten
onderaan de pagina te vinden. B.R.)
|