Nescio in het secundair onderwijs: een vergelijkende kritische studie van 5 Zuid-Nederlandse handboeken

Paul Eyckens

 

DEEL I : STUDIE VAN DE SCHRIJVER: Biografie: Adolescentie

   
     
   

B.2. Adolescentie

In 1894 ging Grönloh dan naar de eerste klas van de 3-jarige H.B.S. te Amsterdam.

Hij ontpopte zich als een ijverige leerling en blonk vooral uit in de talen.

Hij onderging een sterke invloed van de lessen van zijn leraar Nederlands, de heer R.A. Kollewijn, grondlegger van de vereenvoudigde spelling, en, wat belangrijker is, schrijver van "Werkstaking'', een werkje vol maatschappijkritische beschouwingen, dat vooral de instituties kerk en huwelijk duchtig over de hekel haalt, net als de latere Nescio overigens.

In 1918, het jaar waarin Nescio's bundel "Dichtertje" verscheen, bedacht hij zijn oud-leraar met een presentexemplaar, waaruit moge blijken dat Frits Grönloh veel waardering had voor Kollewijns lessen. 
Ook Nescio's streven naar een vereenvoudigde en fonetische spelling ("hatti", "dachti") zal daar wel niet vreemd aan geweest zijn.

In 1897 voltooide Frits zijn H.B.S. en ging naar de Openbare Handelsschool aan de Keizersgracht.

De nuchtere handelsgeest die daar heerste zou hem echter niet wezenlijk beďnvloeden. Hij bleef "een doelloze romantische dromer" [1] en vanaf zijn 14de was hij de ontelbare zwerftochten die hij in de natuur maakte, in kilometers beginnen te noteren.

Geleidelijk ontwikkelde Grönloh nog een tweede passie : lezen. Hij las o.a. Dickens, Dostojewski (beide in vertaling), Balzac, Zola (Nescio kende perfect Frans), Van Eeden, en vooral Multatuli, voor wie hij grote bewondering had.

Vanaf 1899, het jaar dat hij zijn handelsschool voltooide, nam de frequentie van zijn uitstapjes toe. Hij slaagde erin dat jaar al wandelend 522 kilometer af te leggen, alhoewel de mogelijkheid om er overdag op uit te trekken definitief verdwenen was.
In dat jaar immers ging Frits "werken" als jongste bediende op een handelskantoor, maar veel meer dan uitkijken naar 6 uur of de zaterdagavond deed hij niet : in 2 jaar tijd was hij werkzaam op 5 verschillende kantoren.

Toen ging vader Grönloh zich ermee bemoeien. Hij stuurde zijn zoon, op verdenking van "gebrek aan interesses", naar de gemengde zangvereniging "Sweelinck", maar ook het zingen ging Frits niet zo goed af : hij werd secretaris "omdat zijn stem niet geschikt was voor het koor." [2]

Nescio zelf schrijft later over de vereniging : "Er waren een hoop aardige meisjes bij." [3]
Eén van hen heeft hij erg goed leren kennen : Aagje Tiket, zijn toekomstige vrouw.

Verder raakte Frits er bevriend met drie jongelui, die een belangrijke ml in zijn verdere leven zullen spelen en vermomd terugkomen in Zijn latere oeuvre : Johannes Zwolsman als "Bavink", Jan de Wilde als "Bekker" en H.W. Rombout als "Kees Ploeger".

Dat zijn zoon geen andere interesses dan wandelen zou hebben, was echter een grove vergissing van vader Grönloh. Er gebeurde in 1899, dat wel een érg belangrijk jaar is geweest in het leven van Nescio, immers nog iets dat van belang is voor de latere schrijver.

   

[1] BITTREMIEUX, C., Nescio, In : Dietsche Warande en Belfort, jrg. 106, 1961, nr.8, p.416-427.

[2] DE JONG, E. en K. SCHIPPERS, De eenzaamheid van Nescio, In : De Haagse Post, 17-11-1971.

[3] "Heimwee en andere fragmenten", p.11.

 
     
   

Inhoudstafel

   

Terug naar vorige pagina...

   

Volgende pagina