|
Het einde van De uitvreter

Op een zomermorgen om half vijf, toen de zon prachtig opkwam, is hij
van de Waalbrug gestapt. De wachter kreeg hem te laat in de gaten. 'Maak je niet druk,
ouwe jongen,' had Japi gezegd, en toen was i er afgestapt met zijn gezicht naar het
Noord-Oosten. Springen kon je het niet noemen, had de man gezegd, hij was er afgestapt.
Op zijn kamer vonden ze een stok die van Bavink had gehoord en aan
de muur zes briefjes met G.v.d. er op en één met 'Ziezoo'.
De rivier is sedert naar het Westen blijven stromen en de menschen
zijn blijven voorttobben. Ook de zon komt nog op en iederen avond krijgen Japi zijn oude
lui het Nieuws van den Dag nog.
Zijn reis naar Friesland is altijd onopgehelderd gebleven.
(uit: Nescio, De uitvreter, Nijgh & Van Ditmar,
Amsterdam)
Afdrukbare layout
Laat me een boodschap achter
Laatste wijziging aan deze pagina:
17 november 2006
|