| |
- Tien Kronkels
van Simon Carmiggelt over Nescio:
- Nescio
: Het Parool, 25 juni 1956
- Nescio (I) : Het
Parool, 14 december 1960
- Nescio (II) : Het
Parool, 15 december 1960
- Nescio :
Het Parool, 1 maart 1962
- Legende : Het
Parool, 24 januari 1964
- Nescio : Het
Parool, 13 september 1969
- Brieven : Het
Parool, 17 oktober 1969
- Titaan :
Het Parool, 14 oktober 1971
- On-Boek :
Uit: Ze doen maar, De Arbeiderspers, 1976
- Nescio : Het
Parool, 27 september 1979
- Boontjes : Louis Paul
Boon over Nescio:
- Willem Frederik Hermans over
Nescio:
- Nescio's onvolwassenen : Het
Parool, 16 november 1974. (geen
toelating tot publicatie van de erven van Hermans).
- Nescio's Nirwana : Het Parool, 30 november 1974.
(geen
toelating tot publicatie van de erven van Hermans).
- Bernlef:
- Bernlef sprak over de invloed van Nescio in een tv-programma op 24 juli
1964 door de VARA.
Zo zegt Bernlef
: "Aan de boeken van Nescio gaat men een waarde hechten, die
zó groot wordt dat ze, althans voor mij, gaan behoren tot die weinige
boeken die ik beslist niét uitleen, aan niemand."
"Is er een mooier begin
denkbaar voor een novelle (bedoeld is de eerste zin van
"De Uitvreter" , B.R.). Eén zin waarin zoveel informatie,
zo'n enorm goed portret van de hoofdpersoon wordt gegeven. Maar 't is
geen informatie en geen portret die aan de oppervlakte van het verhaal
liggen, en ik geloof dat dat ook de reden is waarom Nescio zolang veronachtzaamd
is in de Nederlandse literatuur. Als we hier een literatuurboek van 1951
bekijken, dan zien we dat aan Nescio 6 regels worden gewijd, aan P.H.
Van Moerkerken ongeveer 30, aan Aart Van der Leeuw 35 regels."
- Remco Campert :
- Remco Campert sprak over de invloed van Nescio in een tv-programma op
24 juli 1964 door de VARA.
"Nescio is de grote schrijver
van een klein oeuvre. Het is de wonderlijke kracht van zijn schrijven,
dat wat we van hem kennen toch niet de indruk maakt van een klein oeuvre,
maar eerder die van wat er van het werk van een groot schrijver zou overblijven
als de tijd zijn selecterende plicht gedaan heeft."
Campert ontmaskert ook de zo vaak
geponeerde eenvoud van Nescio's oeuvre :
"Die eenvoud is maar
ogenschijnlijk, zoals ook zijn humor ogenschijnlijk is. Achter beide elementen
voelt men een gemartelde gecompliceerdheid. Het gemak waarmee Nescio vertelt
is het gemak van de trapezewerker, hoog in de nok van het circus, die
als het er op aankomt minder met zijn reikhalzende publiek heeft te maken,
dan met de beheersing van zijn lichaam."
Tenslotte worden ook Nescio's taalvirtuositeit
en beschrijvingskunst door Campert treffend verwoord :
"Wat hij met die taal
deed, vind ik nog steeds een wonder; men moet het lezen om het te geloven.
Nescio is de meest grandioze (...) beschrijver van het Nederlandse landschap
die ik ken. Wie niet van de Nederlandse natuur houdt, zal er een harde
dobber aan hebben om die, gezien door Nescio's liefhebbende, maar nooit
vertekenende blik, niet tóch te gaan beminnen."
Afdrukbare layout
Laat me een boodschap achter
Laatste wijziging aan deze pagina:
17 november 2006
|
|