De Grote Expeditie - zaterdag 17 juni

"Muziek is een mooi avontuur. En avontuur is datgene wat mensen drijft. Ik heb voor het avontuur binnen de muziek gekozen ... Een expeditie"
(Uit een interview met Tom Waits)

Elke week werd in dit programma één van de belangrijkste songschrijvers van de afgelopen eeuw belicht. Op zaterdag 17 juni 2000 was het de beurt aan Jacques Brel.

 

Raymond Stroobant

   

Naam: Jacques Romain Georges Brel

Geboren: 8 april 1929 in Schaarbeek, België

Overleden: 9 oktober 1978 in Bobigny, Frankrijk

Beroep: Songschrijver

 

La chanson de Jacky - Jacques Brel

Een visitekaartje dat kan tellen. Zo van: "Mijn naam is Jacques, Jacques Brel, en ik doe enkel waar ik zin in heb. Altijd en overal. Te nemen of te laten. Geen compromissen! Ik ben een podiumbeest, maar als ik de planken beu ben, stop ik met optreden. En als ik de wereld wil zien, laat ik alles en iedereen achter. Akkoord, ik ben een chansonnier, maar dan wel een met een hoog rock ‘n roll-gehalte. Op een podium geef ik me 100%. "Hope I die before I grow old," zei Pete Townshend. Woorden naar mijn hart! Was ik oud geworden, dan zou ik immers onuitstaanbaar geweest zijn. Alleen spijtig dat ik in een ziekenhuis gestorven ben. Liever was ik op zee omgekomen of met een vliegtuig neergestort. Toen het nieuws van mijn dood bekend werd, schreeuwde een spandoek over de autoweg tussen Luik en Brussel: "Brel is dood, hoera!" Waarschijnlijk het werk van een flamingant: fout tijdens de oorlog en katholiek er tussenin. Wat heb ik een hekel aan dat soort volk! Want als Brassens dacht dat ik, ondanks mijn vitrioolteksten, toch van iedereen hield, meer zelfs: dat ik het meest van al gaf om mensen die ik uitkafferde, gold dat zeker niet voor extremisten. Voor bourgeois misschien wel, want was ik blijven leven, dan was ik er waarschijnlijk ook een geworden!"

 

Les bourgeois - Jacques Brel

Jacques Brel noemde zichzelf een Franstalige Vlaming. Hij verkeert daarmee in goed gezelschap, want schrijvers als Joris-Karl Huysmans, Jean Ray en Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck waren dat ook. Zijn vader was van Zandvoorde, een plaatsje aan de taalgrens in West-Vlaanderen, waar de Brels al honderden jaren wonen. De jonge Jacques bracht er geregeld de vakantie door bij familie, maar hij verveelde en ergerde er zich. Het kleinburgerlijke milieu verstikte hem. Toen al besefte hij dat zo’n leven niks voor hem was. In een kartonfabriek werken zoals zijn vader, daar was geen denken aan. "Mijn vader was een goudzoeker; het vervelende is dat hij het ook gevonden heeft," zingt hij in L’enfance, een song die ook op het repertoire van Juliette Gréco stond.

 

L’enfance - Jacques Brel door JULIETTE GRECO

Zijn eerste stappen als zanger zette Jacques Brel bij La Franche Cordée, een padvinderachtige jeugdbeweging. Onder leiding van een pastoor werden toneelstukjes en liedjes ingestudeerd. De jonge Brel werkte heel enthousiast mee, want zingen vond hij veel leuker dan naar school gaan, want daar bakte hij er weinig van. Na zijn legerdienst trouwde hij, hoewel hij eigenlijk geen heil zag in het huwelijk. De man is een nomade, vond hij, terwijl de vrouw vooral behoefte heeft aan nestwarmte. Daarom probeert ze de man met allerlei slinkse middelen aan zich te binden. En het ergste van al is dat de man zich nog laat vangen ook! Zelf zou hem dat niet overkomen. Hij wou en zou zingen. Daarom nam hij deel aan een songfestival in het casino van Knokke. Er waren 28 kandidaten, en hij eindigde voorlaatste. Toch liet hij zich niet ontmoedigen, en hij trok een eerste keer naar Parijs. Hij speelde er in enkele kroegen, maar twee maanden later keerde hij terug naar België. Bert Leysen, een van de weinigen die in hem geloofden, liet hem in de regionale BRT-studio van Hasselt 23 liedjes opnemen, waaronder dit Qu’avons nous fait?

 

Qu’avons nous fait? - Jacques Brel

Het is duidelijk: de eerste teksten van Jacques Brel waren heel naïef en belerend. "Geen enkele droom verdient een oorlog. We hebben de Bastille bestormd en dat heeft niets uitgehaald," zingt hij. "We hebben de Bastille bestormd, maar we hadden beter van elkaar gehouden." Caramelverzen over universele liefde, daar lachten ze mee in Frankrijk. Georges Brassens noemde hem zelfs "l’abbé Brel", eerwaarde Brel. Anderen spraken van een padvinder met een belachelijk accent, en na zijn eerste 78-toerenplaat herinnerde France-Soir er "le petit Belge" aan dat er elke dag treinen retour Brussel reden. Dat deed pijn, veel pijn, maar Jacques zette door, koppig en zelfbewust. Zijn beperkte techniek compenseerde hij door zijn tomeloze passie. Meer en meer wist hij zijn onvrede onder woorden te brengen. Hij hekelde hypocrisie en onrecht, en zijn positief idealisme maakte plaats voor onverbiddelijk sarcasme. Zeker wanneer hij zich keerde tegen de demonen die hem tot dan toe belet hadden zichzelf te zijn: God, het kleinburgerlijke klootjesvolk en de vrouwen.

 

Mathilde - Jacques Brel

Vesoul - Jacques Brel door JEAN-LOUIS DAULNE

Brel schreef niet alleen prachtige liedjes. Hij was ook een grandioos performer. Hij had charisma en lef, en gebruikte zijn hele lichaam om zijn chansons kracht bij te zetten. Brel-vertaler Ernst van Altena zei ooit dat zijn handen wel zeemeeuwen leken. Door zijn mimiek en weidse gebaren maakte Brel van zijn liedjes kleine eenakters. Toch was optreden niet zo evident. Voor hij het podium opstapte, braakte hij. In het begin puur uit paniek; later werd het een vast ritueel, zoals sommige voetballers elke match dezelfde onderbroek dragen. Optreden kostte ook veel energie. Brel zweette enorm en vermagerde in anderhalf uur bijna een kilo. Dikwijls was hij totaal uitgeput, maar het publiek was enthousiast en dankbaar, en daarom deed hij verder. Soms stond hij tot driemaal per dag op het podium, en toch zei hij: "In het openbaar zingen, dat is niet normaal. Dat je in je bad zingt omdat je gelukkig bent, dat is normaal, maar en plein public, neen!" In het begin van de jaren 60 had hij al beweerd dat liedjes schrijven een verslaving was, maar dat hij het podium zonder problemen vaarwel kon zeggen. En dat deed hij dan ook toen hij 37 was. Zijn afscheidstournee van oktober 1966 tot de lente van 67 lokte overal volle zalen.

 

Au suivant - Jacques Brel

Met Vlaanderen had Jacques Brel een haat-liefdeverhouding. Vooral Les Famingants, een liedje uit zijn laatste plaat, veroorzaakte een echte mediastorm. Zo zong hij: "Wanneer gecultiveerde Chinezen mij op een onweersnacht vragen waar ik vandaan kom, antwoord ik met tegenzin en een snik in de keel: Ik ben van Luxemburg." Toch schreef hij met Le plat pays, Mon père disait of Marieke prachtige en gevoelige odes aan het land waarmee hij zich verbonden voelde. Volgens hem was Engeland trouwens een losgewrikt stuk Vlaanderen dat door een orkaan de zee in gedreven was. Londen was dus een buitenwijk van Brugge! Er bestonden trouwens heel wat misverstanden over Brels zgn. nestvervuiling. Les Flamandes, wat geïnterpreteerd werd als een sneer naar pure, onbespoten Vlaamse volksmeisjes, heette oorspronkelijk Les Bretonnes, maar "Les Bre, les Bre, les Bretonnes" bekt nu eenmaal minder goed dan "Les Fla, les Fla, les Flamandes". Eigenlijk was het liedje een soort universeel protest tegen vrouwen die zich laten leven, die zich neerleggen bij hun trieste, monotone lot en zich door de pastoor onder de duim laten houden. Aan God en gebod had Brel immers een grondige hekel.

 

Grand Jacques - Jacques Brel door LAIS

Een vriend zien huilen - Brel/Verminnen door JOHAN VERMINNEN

Dat soort volk - Brel/Van Altena door RAYMOND VAN HET GROENEWOUD

Le bon Dieu - Jacques Brel door ARNO

De meisjes van Laïs, Johan Verminnen, Raymond van het Groenewoud en Arno: het zijn maar enkele Vlaamse artiesten die Brel liefdevol in hun hart hebben gesloten. Ondertussen worden zijn liedjes zowat overal ter wereld gezongen, in alle talen. Zelfs het Swahili! Enig idee hoe zijn nummers in het Japans, Hebreeuws, Italiaans, Fins of Deens klinken? Nee? Wel, als je niet bang bent van een cultuurschok, luister dan gewoon mee!

 

Jacky door Masato Iseki, Japan

Bruxelles door Litany & Aviva Schwartz, Israël

Lombardia/Le moribond door Herbert Pagani, Italië

Nyt (Au suivant) door Pate Mustjarvi, Finland

Bon Bons door Eddie Skoller, Denemarken

"It’s better to burn out than to fade away," zingt Neil Young. Een uitspraak die zeker gold voor Jacques Brel. Hij was een rusteloze natuur, altijd in beweging. Nooit ging hij op tijd naar bed. Na een slopend optreden zocht hij altijd een kroeg waar hij kon doorzakken tot de vroege uurtjes. Een rusteloos bestaan van muziek, vrouwen, drank en reizen. "In het bezeten leven dat ik leid, heb ik alleen nog wat vrije tijd wanneer ik in een vliegtuig zit," zei hij. "Hoog in de lucht, daar stoort niemand me. Ik kan er tot mezelf komen. Maar meestal moet ik de vliegtijd gebruiken om nieuwe liedjes te schrijven." Als hij dus een wals schreef, was het natuurlijk geen valse à trois temps - neen, dat ging veel te traag - maar een valse à mille temps!

 

La valse à mille temps - Jacques Brel

Op een zeker ogenblik raakte Brel uitgekeken op het chanson. "In vier minuten tijd kun je niet genuanceerd zijn," zei hij. "Als je wil dat de mensen er iets van onthouden, moet je spijkers met koppen slaan. Als ik de tijd en het talent had om een roman te schrijven, dan kon ik misschien meer ideeën kwijt."

Een nieuwe uitdaging wenkte: de film! Eerst als acteur, dan als scenarist en regisseur. Maar de kritiek was onverbiddelijk: "Franz" werd nog enigszins gespaard, maar "Le Far West" werd neergesabeld. Slechts 20.000 mensen kwamen naar de bioscoop. Brel was ontgoocheld, en besloot dit apenland de rug toe te keren en te gaan zeilen. Hij bleef 27 dagen op zee, zonder levende ziel in de buurt. De eenzaamheid deed hem deugd, en hij wou een eigen boot om naar het andere eind van de wereld te varen. In een eerste poging raakte hij niet verder dan de Canarische eilanden. Daar stelde men longkanker vast. 4 pakjes zware sigaretten per dag, dat bekoop je natuurlijk! Amper hersteld van 2 operaties, sloeg hij alle doktersvoorschriften in de wind en stak met zijn zeilboot opnieuw de oceaan over, richting Zuidzee. In een brief aan zijn vrouw een paar maanden voor zijn dood schreef hij: "Ik hoop dat ik het recht heb om op zee te sterven, liever dan de pijp uit te gaan in een salon!"

 

Jaurès - Jacques Brel

Jacques Brel en Jaurés, een van de hoogtepunten op zijn laatste LP. Op die plaat staan o.a. het omstreden Les Flamingants en Knokke-Le-Zoute Tango, liedjes die hij schreef toen hij op de Markiezen-eilanden woonde. Nog maar eens een bewijs dat Brel zijn land van afkomst niet zomaar van zich af kon schudden! Toen hij in ‘77 van de Markiezen naar Europa kwam om die laatste plaat op te nemen, vroeg een reporter hem: "Wanneer zien we u terug op de planken, meneer Brel?" Het antwoord was onthutsend: "Dat zou wel eens eerder tussen de planken kunnen zijn, jeune homme". Enkele maanden later was dat een feit. Toch blijft Brel verder leven in zijn liedjes die nog altijd vertolkt worden door ontelbare artiesten, overal ter wereld.

 

Ne me quitte pas - Jacques Brel door NINA SIMONE

Marieke - Jacques Brel door JUDY COLLINS

Hearts - Jacques Brel door MARY COUGHLAN

The port of Amsterdam - Jacques Brel door DAVID BOWIE

Trends konden Jacques Brel gestolen worden. Hij was geen garçon dans le vent met een hoog yeh yeh-gehalte. Zijn muziek was niet eigentijds, maar is van alle tijden en kan dus nooit uit de mode raken. Brel was ook een woordkunstenaar, een meester van het refrein, en een man die een heel leven kon samenvatten in een paar verzen. Een driehoeksverhouding schetst hij in twee haast identieke regels: "Nous étions deux amis en Fanette m’aimait" wordt even later "Nous étions deux amis et Fanette l’aimait." Eén luttel lettertje maakt een wereld van verschil. Subtieler kan haast niet, maar Brel was dikwijls ook de man van de poëtische grootspraak. Eens te meer schreef hij dat toe aan het Vlaamse landschap. "Vlaanderen heeft mij zijn kleuren bijgebracht. Misschien omdat het landschap vlak is en de hemel er op weegt als een deegrol. Die vlakte obsedeert. Vlaanderen is grijs. Brassens, een man van het zuiden, heeft geen krasse woorden nodig. Maar de vlakte vraagt om mateloosheid. In Menton zeg je: "Ik hou van jou." Maar in Ninove is alles grijs, het regent en het blijft regenen. Daar moet je je liefde dan ook bijna uitschreeuwen." En zo schreeuwde Brel ook zijn liefde uit voor zijn vlakke land. Als men buiten onze grenzen de torens van Brugge en Gent kent, dan is dat eerder te danken aan zijn liedjes dan aan tientallen goedbedoelde initiatieven van de Vlaamse dienst voor toerisme.

 

Mijn vlakke land - Jacques Brel

 
 
© Raymond Stroobant / Radio1, De Grote Expeditie - Gepubliceerd met toelating van de auteur/radio.
Oorspronkelijk te beluisteren op radio1 [De Grote Expeditie, 17 juni 2000]
 
 
   

Terug naar vorige pagina...

© Bert Rodiers