De zwart-gele gal van Jacques Brel

Johan Anthierens

 
 

Arrogant, provocerend, kaakslagen uitdelend aan moeder Vlaanderen, een man die zich met zijn laatste uitval voor een domme kar laat spannen...

 

 konstateert dat in „Vlaanderen' financieel muziek zit?

Kritische Vlaamse geluiden zijn - Mon enfance", „Les flamandes" en „La bière". Als kind werd Jacques Brel meermaals bij familie op de Vlaamse „buiten" ondergebracht, daar heeft hij de typische mentaliteit aan den lijve ondervonden en die herinnering schudt hij in ,,Mon enfance" van zich af. Dit lied is naar mijn gevoel strenger voor onze levenswijze dan „Les Flamingants", het is geen „chanson comique", geen ordinair spugen, maar een onverbiddellijke opsomming van het Rijke Vlaamse Familieleven, dat hij afwijst als verstikkend (het rolpatroon man-vrouw-kind) en barbaars . Omdat het lied mooi verwoord is en als een persoonlijke ervaring mag geïnterpreteerd worden, heeft men er geen aanstoot aan genomen, maar „Les Flamingants" is een vitriool‑versie van ,Mon enfance". Wij herinneren ons de vorige rel rond Brel, met „Les flamandes". Een domme afweerreaktie want zoals zijn biograaf Jean Clouzet schrijft zijn „Les Flamandes" een universeel verschijnsel. Iedereen die zich passief leven laat is er een broer of zus van. Waarom dan niet „Les Wallonnes", of „Les Françaises"? Omdat Brel zichzelf als Vlaming bekent, en voor eigen deur veegt. „La Bière" is een niet zo geslaagd venijnig drinklied waarin de Germanen in het algemeen en de „Uilenspiegels" niet uitgezonderd, steken onder de schuimkraag krijgen. De twee schimpnummers tenslotte zijn "Lalala" en de inktvlek op zijn nieuwste adelbrief, „Les F. ". In het eerste lied ziet hij zich als ouwe eenzame republikein verkommeren in een of ander koninkrijk België dat hem schuwt als een stinkend lazaret, een België waar hij de pest aan heeft, bevolkt met flaminganten die „zijn reet kunnen likken".

Dan is er de „komische" oprisping waar heel Vlaanderen kommentaar op heeft, van minister Rika De Backer tot de melkboer, via „De Bond van de Jonge

Vervolg...

 

aan zijn opstanding. Op de covertekening van Gal zien we waar hij bij voorkeur zijn lange tanden in zet, de Vrouw, de Vlaamse leeuw en het Kruis zullen het een repertoire lang ontgelden.

Engeland is Vlaanderen, Londen een beetje Brugge

Jacques en de Vlamingen, Brel en Vlaanderen. „Les Flamingants" is geen toevallige uitschieter maaneen zoveelste getuigenis van Brels liefde-haat verhouding tot onze gemeenschap. Er is al een langspeelplaat te vullen met liedjes van de Brusselaar op het Vlaamse tema. In het tedere genre zijn er "Marijke", Brel heeft de Amerikaanse Nina Simone verplicht in het Nederlands (of wat daarvoor doorgaat) te zingen, Marieke is een tweetalig minnelied, een romance die zich afspeelt tussen de torens van Brugge en Gent. Brel en zijn voorkeur voor West‑Vlaanderen, in een vroegere poëtische symfonie speelt hij de rol van „Jean de Bruges" en een idée fixe van hem ‑is dat Engeland een door een orkaan afgedreven stuk Vlaanderen is, Londen is niet meer dan een buitenwijk van Brugge. Dat zingt hij in het prachtige ,,Mon père disair". Andere Vlaamse getuigenissen zijn "I'Ostendaise" en vanzelfsprekend „Le plat pays". Geen enkele hedendaagse Vlaams zingende troubadour is er tot dusver in geslaagd zo overrompelend over Vlaanderen te zingen. Wel hebben wij Brel geplagieerd, zowel Will Ferdy als Will Tura inspireerden zich op dat lied om zijn lofzang nog eens dunnetjes over te doen. Waarom tonen wij ons nooit geshockeerd door een lijkenpikker als Tura die het warme lichaam van Presley uitschudt en over Vlaanderen gaat zingen wanneer hij

KNACK - 23 november 1977

p. 2/5

 
 
   

Terug naar vorige pagina...

© Bert Rodiers