Zandvoorde, het Brel-dorp zonder Brel.

 

Frans Steenhoudt

   

'Ze zeggen dat hier een hele straat Brels heeft gewoond', fluistert Patrick Dehem. 'Maar verder weet ik daar niets van.' Dehem baat op het dorpsplein van Zandvoorde café-bakkerij De Lustigen Boer uit. 'Brel?', kijken de twee klanten in de zaak op. 'De laatste Brel is dit jaar vertrokken: Geny Brel, Vitals moeder. De dochter van oud-burgemeester Hilaire. En tien jaar geleden woonden Martha en Robert nog in café 'A la Maison de Ville'. Ook al Brels. Een neef en een nicht van de vader van Jacques.' 

Zandvoorde, een dorp op de rand van het Zuidwest-Vlaamse Heuvelland en op een boogscheut van de Franse grens, acht zichzelf de titel van 'Belgische Brel-dorp' waardig. Niet zonder reden, blijkt na wat rondneuzen op het bijna verlaten dorpsplein. Op het kerkhof rusten drie Brels. De graven van de andere moesten de plaats ruimen voor nieuwe doden. Maar bovenal: Romain, de kleinzoon van oud-burgemeester - nog al een Brel-burgemeester! - Jean-Augustin is er geboren. En Romain was de vader van Jacques. Een bronzen plaat op een huis naast het dorpsplein herinnert daaraan.

Het regent in Zandvoorde. Uit de kerk wordt een eenzame kist gedragen- niemand loopt mee naar het graf, tenzij twee grafdelvers en de begrafenisondernemer. Geen familie meer. Nog een uitgestorven geslacht.
Het kleine dorp ligt hoog op een getuigenheuvel en torent boven de landelijke omgeving uit. Is dit het 'vlakke land' dat Jacques Brel bezong? De ouder wordende bevolking van Zandvoorde is het vergeten. "Wij weten nergens van," schudt de vrouw van de slager haar hoofd. Ook haar zeldzame klanten, een vrouw die mijn oma kan zijn en een man met een scheefgezakte pet, herinneren zich niets. Zandvoorde, het Brel-dorp?
Nochtans: de Brels hebben een flinke stempel gedrukt op dit kleine gehucht en op de hele streek. Tot na de laatste oorlog. Toen woonden hier nog meer dan duizend mensen. Nu minder dan vijfhonderd. De familie Brel had er, samen met de schoonfamilie, gedurende meer dan anderhalve eeuw politiek de touwtjes stevig in handen. Niemand stelde zich daar vragen bij, het was gewoon zo.
In 1758 trouwde de uit het naburige Komen afkomstige Jean-Baptiste Brel in Zandvoorde met een plaatselijke schone. Hij was een telg uit een welgestelde familie, waarvan een voorvader in 1179 door Filip van den Elzas zelfs tot ridder was geslagen. (Volgens naamkundigen schonk de toenmalige feodale leenman Brel zijn naam aan het naburige dorpje Brielen. Of was het andersom? Wat er ook van zij: eminente ethymologen beweren dat de naam Brel afkomstig is van het Keltische 'broglio', het toenmalige woord voor een omheinde, natte weide met vee. En Brielen is afgeleid van broglio. Vandaar.)
Met de Zandvoordse stamvader van de Brels begon een lange politieke traditie die haar hoogtepunt kende in de negentiende eeuw en duurde tot in 1966. De climax kwam in 1833, toen Jean-Augustin Brel, de overgrootvader van Jacques, het burgemeesterschap overnam van zijn schoonvader Alexis Laumousnier. Hij bleef burgervader tot zijn dood in 1885 en verwekte elf kinderen. Zes van hen stierven een erg vroege, kinderloze dood. Enkelen weken uit tijdens of kort na de Grote Oorlog. Slechts twee familietakken bleven in Zandvoorde achter. Nazaten daarvan beheersten voort het dorpsleven. Hilaire Brel zou van van 1926 tot 1966, op de oorlogsjaren na, burgemeester zijn. En Martha en haar broer Robert baatten A la Maison de Ville uit en controleerden vanuit hun café - strategisch gelegen op de hoek van het dorpsplein - het sociale leven.
Zij behoorden tot de drie gezinnen die na '14-'18 nog terugkeerden. Romain hield het al jaren voor die Eerste Wereldoorlog voor bekeken in het landelijk Zandvoorde. Niks te beleven, moet hij gedacht hebben. Dat was in 1909. Hij trok voor het bedrijf Cominex op avontuur naar het prille Kongo en vergat zijn dorp. Romain gooide zich op de ruilhandel en exporteerde naar hartelust ivoor en rubber uit de kolonie. In 1929 keerde hij terug naar het moederland en stichtte er, samen met zijn schoonbroer, een kartonfabriek in Schaarbeek. Daar is Jacques geboren.
Ook voor hem was Zandvoorde ver weg.
Volgens de meeste dorpsbewoners is hij er nooit geweest, al is lang niet iedereen het daarover eens. "Hij is hier wél geweest!", maakt Kamiel Barteel zich dik. " Ik heb hem hier verdomme met mijn eigen ogen gezien!
Twee keer zelfs. Juist na de oorlog van '45. Jacques was toen een manneke van een jaar of tien. Denk ik. Het is natuurlijk al zeer lang geleden."
"Mijn schoonvader zegt dat hij hier is geweest toen hij negen was," knikt Gilbert Debruyne. De omstanders lachen. "Pfft", merkt een van hen schamper op. "Brel-dorp? Haha! Allemaal zever. Nu hij beroemd is en dood heeft iedereen hem zeker gezien? Ge gelooft dat toch zelf niet? Brel wist niet eens waar Zandvoorde lag. En als hij liedjes zong over de Vlaanders, dan was dat over de kust." (Martha Brel, van A la Maison de Ville, heeft altijd volgehouden dat Brel nooit in Zandvoorde is geweest.
Naar verluidt kon ze uren vertellen over haar illustere neef, allemaal verhalen waarvan het waarheidsgehalte sterk betwist werd. Al zal dŕt haar geamuseerde klanten worst zijn geweest.)
"t' Was een liberale familie", merkt Maurice Verbeke ten slotte op. "Blauw, maar toch ook katholiek. Ze lezen nog altijd missen voor de familie Brel. Maar er zijn er nu geen meer over in ons dorp. 't Is dat de mensen in Zandvoorde niet genoeg kinderen krijgen." Na Maurice's interventie stokt de conversatie van de dorpelingen even plots als ze begonnen is en hullen ze zich in een koppig, West-Vlaams stilzwijgen.
Brel is ons vergeten, laten we nu Brel maar vergeten.
Helemaal anders is het in het naburige Zonnebeke, het dorp op de eerstvolgende heuvel, waarvan Zandvoorde sinds de fusie een deelgemeente is. Hier is een heus Brel-gedenkcomité uit de grond gestampt. Eigenlijk bestaat het al sedert de tiende verjaardag van het overlijden van de chansonnier. Samen met een schare enthousiastelingen, de Zonnebeekse Heemvrienden, heeft Marnik Gunst zelfs een goed gedocumenteerde stamboom van de Brels samengesteld. Zeshonderd namen, allemaal afstammelingen van
Jean-Augustin Brel. En al de levenden onder hen zijn uitgenodigd, vandaag, voor het grote Brel-evenement dat hier op poten is gezet. Hier, in Zonnebeke. Niet in Zandvoorde. "In Zandvoorde is er geen zaal die groot genoeg is voor een dergelijke gebeurtenis," oppert Gunst. "Jaja, we kennen dat. Als er iets te beleven valt, dan is Zandvoorde plots niet groot genoeg." De uitbater van Café Edelweiss, het enige andere café dat Zandvoorde nog rijk is, maakt een duidelijk wegwerpgebaar. Hij is ingeweken uit de grensstad Menen en als
rechtgeaarde, kleine zelfstandige zint het hem niet dat een buitenkans aan zijn etablissement voorbijgaat. De regen valt nog steeds bij bakken uit de dreigende hemel. Drie klanten zitten bij een glas bier te drogen.
Misschien een geluk dat de grote Brel niet in dit dorp of bij nicht Martha is opgegroeid. Want kleine, uitstervende dorpjes brengen blijkbaar weinig grootse dingen voort.

 
 
© Frans Steenhoudt / De Morgen  - Gepubliceerd met toelating van de auteur/krant.
Oorspronkelijk opgenomen in De Morgen [De Morgen, 9 oktober 1998]
 
 
   

Terug naar vorige pagina...

© Bert Rodiers