In 'Jacques Brel, une vie' vermeldt diens Franse biograaf Olivier Todd dat na het overlijden van de zanger op een brug 'ergens in Vlaanderen' de
kreet stond gekalkt: 'Brel is dood. Hoera!'.
Persoonlijk heb ik daar nooit weet van gehad, maar dat een bekwaam en betrouwbaar auteur als Todd zich die waarschijnlijk imaginaire hartenkreet liet aanpraten, is
illustratief voor de kortsluiting tussen 'Vlaanderen' en zijn beroemdste dissident. Vandaag, twintig jaar na de fysieke verdwijning van Brel, hebben de Vlaamse
beleidsmensen nog niet door hoe slordig zij met wonderkinderen omgaan, alsof dat soort hoogbegaafden dik gezaaid is. Jacques Brel hamerde op zijn Vlaamse
identiteit, maar 'Vlaanderen' luisterde niet omdat hij in het Frans hamerde. Die doofheid was zelfs bestand tegen het mooiste bewijs dat de Brusselaar kon
voorleggen, zijn sublieme lofzangen op het achterland West-Vlaanderen, waar de Brels eeuwenlang het levenslicht zagen en de ogen sloten. 'In 'Mon père disait'
bindt Brel Brugge op zijn hart en profileert zo poreus de Brugse vrouw dat een parallel met Jan van Eyck zich opdringt. Vlaanderen volhardde echter in een
afwijzende houding omdat Brel niet alleen een pure poëet was, maar evenzeer een passioneel pamflettist. Zo permitteerde hij het zich zijn mede-Vlamingen nu en dan
op vervelende trekjes te wijzen, zoals een verregaande meegaandheid met de katholieke kerk en een rechtse opstelling waar de buitenwereld de model-Vlaming diende
aan te herkennen. Brel ging frontaal in tegen deze eenzijdige voorstelling van een samenleving, hij schold de rechtse flaminganten de huid vol en deed dat in 'Les
F...' in overtrokken bewoordingen, uit dépit over de schijterigheid die de meeste democraten tegenover rechtse arrogantie aan de dag legden.
Jacques Brel vertegenwoordigde een franje Vlamingen die niets liever wilden dan voor Vlaanderen ten beste te spreken. Zij deden - en doen dat nog steeds - in het
Frans, vanuit een historische Latijnse beïnvloeding.
Zij zijn er niet minder Vlaming om. De schrijfster Suzanne Lilar heeft haar hartstocht voor Gent beleden in 'Une enfance gantoise'. Al bladerend
in dat boek lijkt het alsof je door het werk van Brel wandelt.
De dochter van Lilar, Françoise Mallet-Joris, woonde veertig jaar in Parijs en zegt dat zij zich daar als Vlaamse zolang op haar ongemak heeft gevoeld. Getuigt zij
in het Frans.
Er zijn veel van zulke voorbeelden. Begaafde vrouwen en mannen die wij zouden moeten koesteren omdat zij een Vlaamse getuigenis afleggen in een taal die verder
reikt dan het Nederlands. Het wordt de hoogste tijd dat de model-Vlaming zijn viscerale wantrouwen tegenover die 'vreemdelingen in Jeruzalem' aflegt.
Het zou mooi zijn mocht minstreel Jacques Brel, ter gelegenheid van de internationale herdenking van zijn triomfantelijk talent, eindelijk uit zijn Vlaamse vagevuur
wordt ontslagen.