Met Johan Anthierens, voor de krant De Standaard, 13 oktober 1966, in de kleedkamer van het Parijse theater l'Olympia. Een interview naar aanleiding van het lied 'La ... La ... La...', met daarin de in BelgiŽ gewraakte versregel 'Vive la Rťpublique, merde pour les Flamingants'.

 

Johan Anthierens

 
Brel: 'Eerst nog dit. Wat ik in "Les Flamandes" zing, heeft Bruegel met meer talent, indringender en duidelijker getekend en geschilderd. Bij mijn weten heeft de Vlaamse Volksbeweging Bruegel daar nooit op aangesproken.'

Wat verstaat u onder flamingant? Alsje in Brussel in een winkel Nederlands spreekt, loop je kans voor flamingant te worden uitgescholden...

Brel: 'Ik zal het nog sterker formuleren. Als ik in een Brusselse zaak behoorlijk Frans spreek, loop ik kans uitgelachten te worden. Brussel is de hoofdstad van het koeterwaals.  Om in te gaan op uw vraag: voor mij is een flamingant een extremist en fanaticus, iemand die aan zijn Vlaams-zijn voldoende heeft en zich afsluit van de buitenwereld. Het is een anachronistisch wezen dat zo onzeker op zijn benen staat dat hij vreest in een confrontatie met niet-Vlamingen binnen de kortste onderuit te  gaan... Wij Vlamingen vormen in BelgiŽ een meerderheid en gedragen ons als gemarginaliseerd. Wij zetten een grote bek op om ons kleine hart te overstemmen... Als ik de flaminganten aanpak is dat omdat ik een Vlaming ben, en alle kritiek bij de zelfkritiek begint. Ik voel mij goed in mijn Vlaamse huid. Over de hele wereld, in New York, in Canada, in Tel Aviv, stel ik mij voor als de Vlaamse liedjeszanger, ik introduceer Vlaanderen in de wereld.'

En een beetje provocatie is nooit weg...

Brel: 'Wie durft er in BelgiŽ nog een persoonlijke mening op na te houden? Als ik in mijn chansons een fout standpunt verdedig, is dat toch verkieslijker dan opportuun de andere kant op te kijken? Is het niet voorbeeldig dat ik als bekende per soonlijkheid kleur beken? Is het niet de hoogste tijd dat het dommelende vee nu en dan wakker wordt geschopt? In BelgiŽ durft men alleen verscholen in de massa voor een mening uit  te komen, ik ken geen individuen die hun delicate opvattingen uitspreken of opschrijven. Welke Waalse of Vlaamse socialist durft aan te klagen dat onze socialistische minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak een miljoen Belgische frank per maand opstrijkt voor zijn aan de Amerikaans-financiŽle lobby bewezen diensten?

In het door de Vlamingen gewraakte lied maak ik korte metten met de monarchie. Het is ondenkbaar dat wij anno 1966 nog een sliert koningen, prinsessen, prinsen plus hun hele hofhouding onderhouden. In Holland ageert men tegen het koningshuis, in BelgiŽ herkauwt het vee en dommelt door.'

 
 
© Johan Anthierens / De Standaard - Gepubliceerd met toelating van de auteur/krant.
Oorspronkelijk opgenomen in De Standaard [De Standaard, 13 oktober 1966]
 
 
   

Terug naar vorige pagina...

© Bert Rodiers