|
Het
hek langs het Oosterpark is de beroemdste plaats van samenkomst van de
Titaantjes. Daar hangen ze rond en bekokstoven ze allerlei plannen waar
uiteindelijk niets van terechtkomt. 'Heele zomernachten stonden we tegen
't hek van 't Oosterpark te leunen en honderd uit te boomen. Een heel
kamerameublement zou je daaraan hebben kunnen verdienen, als je dat allemaal
had kunnen onthouden. er wordt toch zooveel geschreven tegenwoordig.'
[VW I, 44] Maar er zijn ook nachten dat ze zwijgend bij elkaar zitten
en weemoedig voor zich uit staren. Het hek van Oosterpark had zo'n speciale
betekenis voor Grönloh, dat hij op zijn zeventigste verjaardag oprecht
verontwaardigd was over het feit dat de autoriteiten het hek hadden laten
rechtzetten.
Uit:
Maurits Verhoeff - Is u Amsterdammer? Ja, Goddank. Een literaire wandeling
door het Amsterdam van Nescio, Bas Lubberhuizen.
|
|
Jongens
waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf. We zijn nu veel
wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is.
Wat hebben we al niet willen opknappen. We zouden hun wel eens laten
zien hoe 't moest. We, dat waren wij, met z'n vijven. Alle andere
menschen waren 'ze'. 'Ze', die niets snapten en niets zagen. 'Wat?'
zei Bavink, 'God? je praat over God? Hun warme eten is hun God.' Op
enkele 'goeie kerels' na werd iedereen door ons veracht. Heel stilletjes
zeg ik daar nu bij: 'En niet ten onrechte', maar dat mag niemand hooren.
Ik ben nu geen held meer. Je weet niet hoe je de menschen nog eens
noodig kunt hebben. En Hoyer vindt ook dat je geen aanstoot moet geven.
Van Bekker zie of hoor je niks meer. En Kees Ploeger praat van die
rare kerels die 'm op den slechten weg brachten. Maar toen waren we
in de dagen onzer dwaasheid, de uitverkorenen Gods, ja God zelf. Verstandig
zijn we nu, alweer behalve Bavink, en we kijken mekaar aan en glimlachen
en ik zeg tegen Hoyer: 'we zijn er niet op vooruit gegaan.' Maar Hoyer
is al te ver heen, hij begint bij de bonzen van de S.D.A.P. te hooren,
en maakt een gebaar van twijfel met z'n handen en z'n schouders.
Uit:
Nescio - Titaantjes, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam.
|