| |
Het tijdloze Walden
Hans Valkhoff 
"Het is niet de moeite waard om de wereld rond te gaan
en wilde katten te tellen in Zanzibar."
Walden bevat een schat aan praktische informatie over ecologisch
bouwen, eten, stoken en tuinieren.
Je hoeft geen new age-type te zijn om
'Walden' van Thoreau actueel te vinden. Het lezen van dit poëtische
manifest is een verfrissende ervaring.
Honderdvijftig jaar geleden verliet de schrijver en
natuurliefhebber Henry David Thoreau zijn zelfgebouwde hut bij het
Walden-meertje in Massachussets, na ruim twee jaar in zijn eentje
in de bossen boven Boston te hebben doorgebracht. Velen vragen zich
nog altijd af waarom de 'vader van de Amerikaanse milieubeweging'
in september 1847 zijn bejubelde woonstee verliet. Maar Thoreau is
daar in het laatste hoofdstuk van 'Walden' heel duidelijk over: zijn
experiment was voltooid en hij had nog heel wat andere levens te leiden;
hij haatte de macht der gewoonte en zijn verblijf in de Amerikaanse
'wildernis' moest een extatische ervaring blijven, waarop de dagelijkse
sleur geen greep mocht krijgen. Of zoals Thoreau zelf concludeert:
"Het is verbazingwekkend hoe snel we in een routine vervallen
en de door onszelf platgetreden paden bewandelen." Thoreau begon
na zijn verblijf in Walden een 'nieuw' leven als dichter en essayist.
Walden heeft tot op de dag van vandaag generaties schrijvers, utopisten
en milieuactivisten geïnspireerd. Thoreau wordt door de Angelsaksische
milieubeweging op handen gedragen. Velen zien in hem de profeet van
een naderend ecologische tijdperk. Hij wordt alom gezien als een van
de eerste natuurbeschermers en het Thoreau Institute is sinds jaar
en dag een vooraanstaande Amerikaanse milieuorganisatie. Op het Amerikaanse
Web is hij de absolute leider van de Ecology Hall of Fame en
je kunt makkelijk verdwalen in alle sites die aan deze negentiende
eeuwse natuurliefhebber zijn gewijd. Het grootste gedeelte van zijn
oeuvre kun je zo van het internet afhalen.
In Nederland inspireerde de literaire utopist in eerste
instantie de Tachtigers. Het was de schrijver-wetenschapper Frederik
van Eeden die aan het einde van de negentiende eeuw in Nederland zijn
eigen Waldengemeenschap oprichtte. Van Eeden liet zich inspireren
door de Amerikaanse utopisten en stichtte, nadat de Nederlandse experimenten
waren mislukt, in 1909 een boerengemeenschap voor emigranten in North
Carolina. Ook de schrijver Nescio werd in zijn jeugd benvloed door
deze sociaal-ecologische beweging. In 1899 las hij de brochures 'Waarvan
leven wij?' en 'Waarvoor werkt gij?' van Frederik van Eeden. Even
later meldde de 18-jarige Nescio zich aan bij de Waldenkolonie, maar
Van Eeden zette hem op de wachtlijst. Daarom stichtte Nescio met een
paar vrienden een eigen kolonie in de buurt van Huizen. De jonge idealist
Nescio was zeer onder de indruk van de wonderlijke Frederik van Eeden
- "die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond"
- en zijn Waldenkolonie. Nescio werd medewerker van 'De Pionier',
het blad van de in 1901 in het Gooise Walden opgerichte Vereeniging
voor het Gemeenschappelijk Grondbezit en schreef later met geveinsde
ironie dat idealisme zijn beroep was.
Nescio's werk heeft opvallend veel gemeen met het gedachtengoed van
Henry David Thoreau en zijn tijdgenoten. Dat lees je niet alleen in
de dichterlijke beschrijvingen van natuur en landschap, je vind het
ook terug in de eensluidende maatschappijkritiek. De anti-burgerlijke
ledigheid en het 'versterven' (volgens Van Dale onder andere 'het
zich onthouden van aardse genoegens') zijn bij uitstek Thoreauviaanse
thema's. Beide auteurs ageren voortdurend tegen het protestantse arbeidsethos
met zijn deprimerende prikklok en vervreemdende arbeid. Ze verzetten
zich tegen het heersende mechanistische wereldbeeld waarin het onbegrijpelijke
marktmechanisme en de triviale vooruitgang de toon zetten en het levensritme
bepalen. In 'De Uitvreter' vind je Japi, à la Thoreau, altijd wel
ergens aan de waterkant. "Daar zat hij maar, uren achtereen,
onbeweeglijk. Dat duurde een week of drie." Thoreau zegt in Walden:
"Ik schep er genoegen in om niet mee te doen aan deze rusteloze
en triviale negentiende eeuw, maar in overpeinzingen verzonken aan
de kant te staan en haar voorbij te laten gaan."
Het latere verhaal 'Titaantjes' echter ademt reeds het weemoedige
fatalisme dat volgens Nescio iedere ootmoedige hemelbestormer op gevorderde
leeftijd in zijn greep krijgt. De verteller Koekebakker gelooft niet
erg in de 'Waldense' idealen van Bekker, een van de personages in
het verhaal. Het door Bekker felbegeerde hutje op de hei wordt volgens
Koekebakker toch nooit wat. Hij gelooft niet in het boerenbestaan
van stedelijke intellectuelen die Dante willen vertalen. "En
ik vroeg Bekker waar-i van leven wilde, dat boeren van kantoorheeren
lukt gemeenlijk niet al te best, behalve in Amerika, waar allerlei
leugens van geloofd worden. Maar hij maakte zich daarover geen zorg.
Hij had niks noodig. En dat is nu juist 't groote verschil tussen
God en ons. Er is dan ook niks van terecht gekomen van die hei",
besluit de belerende Koekebakker resoluut. Nescio steekt de draak
met het 'valse plattelandsgevoel' van dichterlijke dromers als Van
Eeden, die dwepen met de Amerikaanse utopisten en natuurliefhebbers.
Een hoofdstuk eerder had hij Koekebakker al laten afrekenen met die
rare kolonisten uit Walden. "En van dat wonen op de hei zal ook
wel niets komen. In de kolonie van Van Eeden hadden we misschien kunnen
gaan, maar toen we op een Zondag er heen waren geloopen, vier uur
gaans, toen liep daar een heer, in een boerenkiel, met dure gele schoenen,
kolombijntjes te eten uit een papieren zak, blootshoofds, in innige
aanraking met de natuur, zooals dat toen genoemd werd, en z'n baard
vol kruimels." Nescio wil maar zeggen dat idealisten als Bekker
en Van Eeden niet moeten denken dat ze met hun enthousiasme de hele
wereld aankunnen. Zij zullen met de jaren ook wel wijzer worden en
bedaren, is zijn vaderlijke boodschap. Nieuwe Titaantjes zullen op
hun beurt proberen de wereld naar hun zin in te richten. Volgens de
schrijver is 't allemaal tevergeefs, die malligheid. "Koekebakkertje
is (net als Nescio) een wijs en bedaard man geworden" en "God's
troon is nog ongeschokt".
Gelukkig was Thoreau niet zo pessimistisch en bedaard.
En zijn Amerikaanse 'fabeltjes' over natuur en zelfvoorziening hebben
in elk geval heel wat pagina's wereldliteratuur opgeleverd. Zijn lyrische
natuurbeschrijvingen zijn doorspekt met felle maatschappijkritiek.
Hij gaat te keer tegen alles wat riekt naar beschaving, regering,
industriële arbeid (slavernij) en economische vooruitgang. In Walden
ontpopt Thoreau zich als een van de eerste ecologische anarchisten,
ook al hoorde hij niet bij een beweging. Thoreau was bovenal een individualist
en geloofde nauwelijks in collectieve oplossingen, omdat hij geen
enkel vertrouwen stelde in zijn 'domme' democratische medemens. Hij
was fel gekant tegen alle staatsbemoeienis en weigerde dan ook poll
tax te betalen aan een democratische overheid die de slavernij
in stand hield. Daardoor kwam hij een paar dagen in de gevangenis
terecht, waar hij inspiratie opdeed voor zijn beroemde pamflet Resistance
to Civil Government. In het gunstigste geval stelde hij alleen
vertrouwen in goede buren en geloofde in het door anarchistische tijdgenoten,
zoals Kropotkin, uitgedragen ideaal van de nobele en organische dorpsgemeenschap.
Beschaafde dorpen met een geestelijk ontwikkelde bevolking en een
cosmopolitische instelling. Een leuke hedendaagse uitwerking van dit
nobele dorpsdenken is terug te vinden in het boekje Bolo'bolo
van de Zwitserse schrijver P.M.
Maar aangezien die dorpen in zijn tijd niet bestonden moest Thoreau
het allemaal zelf uitzoeken. In zijn streven naar een zo groot mogelijke
autonomie ontwikkelde hij zich van lieverlee tot een handige doe-het-
zelver en natuurkenner. Walden bevat een schat aan praktische informatie
over ecologisch bouwen, eten, stoken en tuinieren. In het hoofdstuk
The Beanfield lees je hoe Thoreau met volle overgave zijn eigen
boontjes dopt. Het streven was louter gericht op eenvoud en soberheid.
Met zijn experiment wilde hij aantonen dat een mens weinig nodig heeft.
Met een simpele boshut, een visvijver en een moestuin kun je volgens
Thoreau een heel eind komen. Alleen gaat dit sprookje in Europa natuurlijk
allang niet meer op. Op het overbevolkte en vervuilde Oude Continent
zijn de laatste mooie plekjes omgetoverd in natuurgebieden. En je
moet van goeden huize komen om het buitenleven hier in alle vrijheid
te kunnen verwezenlijken. Ook de Amerikaanse wildernis is niet meer
wat ze geweest is, maar dat maakt Thoreau's aanklacht en experiment
niet minder geloofwaardig. Want ook al was het vaak aanmodderen met
die boontjes en waren Thoreau's landbouwpraktijken zeker geen overdonderend
succes, zijn literaire overtuigingskracht houdt de Waldenmythe moeiteloos
in stand.
Je hoeft geen new age hippie te zijn om Thoreau's
Walden actueel te vinden. Het lezen van dit poëtische manifest is
een verfrissende ervaring en buitengewoon inspirerend. Iedereen droomt
wel eens van dat spreekwoordelijke hutje op de hei. En velen gaan
dit experiment nog dagelijks aan, al is het soms tegen beter weten
in. Er zijn heel wat gelukszoekers, 'travellers' en 'neo-ruralen'
die de steden ontvluchten en op het Europese platteland een leuke
Bolo (nobel dorp) opzoeken. In de grote steden wordt het gedachtengoed
van Thoreau uitgedragen door krakers, autonomen en situationisten
zoals de underground-filosoof Hakim Bey. Deze New Yorker is een pleitbezorger
van een utopische tegencultuur, die wordt gekenmerkt door wat hij
noemt "de verdwijning in Tijdelijke Autonome Zones". Alleen
daar ben je onzichtbaar voor de gemediatiseerde spektakelmaatschappij
en op veilige afstand van het 'nietsontziende en allesvervreemdende
kapitalisme'. Thoreau en Bey pleiten voor een levensvatbaar escapisme.
Hakim Bey pretendeert niet dat hij honderdvijftig jaar later met iets
heel nieuws voor de dag komt. Volgens hem is ons post-industriële
tijdperk louter een betreurenswaardige herhaling van de negentiende
eeuw.
Terwijl de stoïcijnse Thoreau een Oosterse ascese voorstaat, propageert
de epicuristische Bey eerder een subversief carnaval in geheime genootschappen.
Hij roept op tot ludieke ecosabotage en poëtisch terrorisme (Loesje
en Idea). Bey zoekt het postmoderne activisme in de intieme sfeer
van de vriendenclub, terwijl de individualist Thoreau in wezen anti-sociaal
is en in geen enkele gezamenlijke actie gelooft. Thoreau gelooft alleen
in zijn eigen eenzaamheid en wil niet van anderen afhankelijk zijn.
Maar tegelijkertijd is hij zeer gastvrij en wijdt hij in Walden niet
alleen een belangrijk hoofdstuk aan zijn zorgvuldig gecultiveerde
eenzaamheid, maar schrijft met evenveel gevoel over de graag geziene
gasten en voorbijgangers. Als ze maar niet te lang blijven, want dan
begin je elkaar al snel voor de voeten te lopen en verlies je door
onderlinge irritaties het respect voor elkaar.
Thoreau legt zich toe op een vorm van home cosmography,
zoals hij het noemt. Keep it simple and local is Thoreau's
devies en blijf daarbij gewoon dichtbij huis. Waarom zou je verre
reizen maken en drie keer per dag uitheemse spijzen eten, vraagt hij
zich af. "Het is niet de moeite waard om de wereld rond te gaan
en wilde katten te tellen in Zanzibar." Kijk gewoon eens goed
om je heen. Er is in je eigen omgeving al genoeg te ontdekken. Een
huis, een tuin, een vijver en een bos, en je hebt de hele wereld aan
je voeten liggen.
Direct your eye right inward, and you'll find
A thousand regions in your mind
Yet undiscovered. Travel them and be
Expert in home-cosmography.
Dit is slechts een van de vele citaten uit Walden
die de Amerikaanse milieubeweging in grote letters heeft ingelijst.
En de ecologische slogan Think globally, act locally zou in
Walden niet hebben misstaan. Thoreau was misschien geen groot romanschrijver,
maar hij grossiert in prachtige passages, in een lyrische stijl die
zijn werk tot mystieke en extatische hoogten brengt. Als je tenminste
gevoelig bent voor zijn wat barokke en religieuze gevoelens en openstaat
voor zijn maatschappijkritiek en wijze raad.
Voor esoterici is het 'mystieke' Waldenmeer een bron van zuiver inzicht
en nieuw leven. Sommigen zien in Thoreau een veelzijdige yogi of een
regelrechte brahma. Maar het boek heeft veel lagen en is ook voor
de nietsvermoedende lezer toegankelijk. Het helpt misschien wel als
je zelf ook een libertaire dromer bent en je niet makkelijk kunt schikken
naar burgerstaat en borrelpraat, omdat je net als Thoreau een ander
wijsje in je kop hebt. Je hoort een different drummer, zoals
hij het in Walden zegt. En hij raadt iedereen aan om alleen op eigen
muziek, en zeker niet naar andermans pijpen, te dansen. "Laat
je leiden door je eigen dromen en leg zelfverzekerd de fundamenten
onder je zelfgebouwde luchtkastelen." Dat is Thoreau ten voeten
uit en Walden in een notendop.
Honderdvijftig jaar later is Walden een opsteker voor eigentijdse
fatalisten en uitgebluste wereldverbeteraars. Van doorgedraaide Unabombers
met hun anti-industriële manifesten tot en met ludieke Eurosaboteurs.
Hoewel ikzelf de voorkeur geef aan de poëtische 'aanslagen' van Thoreau,
waarbij waterlelies en bodemloze vijvers metaforische bommen onder
het neoliberalisme zijn.
Home cosmography is een diepgravende huis-tuin-en-keukenfilosofie.
Dus leg vandaag of morgen alvast de basis voor het zelf te bouwen
zandkasteel. Maar blijf op veilige afstand van de branding en laat
je niet opjutten of weerhouden door de 'natuurwetten' van de verzorgingsstaat.
Walden, Henry David Thoreau, Wordsworth ed. 1995
Walden and Resistance to Civil Government, Norton ed. 1992
De Tijdelijke Autonome Zone (TAZ) en Immediatistische essays,
Hakim Bey, Ravijn 1994
Walden op Internet
http://www.ecotopia.org/ehof/thoreau
http://www.waldenfont.com/thorsoc.htm
gopher://gopher.vt.edu
©
Hans Valkoff - Gepubliceerd met toelating van de auteur. Oorspronkelijk
opgenomen in Milieudefensie [Milieudefensie, september 1997].
Afdrukbare layout
Laat me een boodschap achter
Laatste wijziging aan deze pagina:
17 november 2006
|
|