Een groot dichter zijn en dan te vallen. Maar er kwam nooit wat van, want als je een dichtertje bent, dan lopen de mooiste meisjes altijd aan den overkant van de gracht. En zoo werd z'n hele leven één gedicht, wat ook vervelend wordt.

(uit: Nescio, Dichtertje, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam)

 

  Op een zomermorgen om half vijf, toen de zon prachtig opkwam, is hij van de Waalbrug gestapt. De wachter kreeg hem te laat in de gaten. 'Maak je niet druk, ouwe jongen,' had Japi gezegd, en toen was i er afgestapt met zijn gezicht naar het Noord-Oosten. Springen kon je het niet noemen, had de man gezegd, hij was er afgestapt.

(uit: Nescio, De uitvreter, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam)

Klik op de foto om de website binnen te gaan!

 

 

Jongens waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is. Wat hebben we al niet willen opknappen. We zouden hun wel eens laten zien hoe 't moest.

(uit: Nescio, Titaantjes, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam)

 

'O God,' denkt i, 'als er nu eens een wonder gebeurde, als nu eens ineens van al die vrouwen al de kleeren afvielen?' Een dichtertje dat den waanzin nabij is denkt rare dingen. U en ik lezer denken nooit zoo iets. En mijn lezeressen... heilige onschuld, ik moet er niet aan denken.

(uit: Nescio, Dichtertje, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam)

 

Nieuwigheden op deze website